Meest voorkomende problemen

De verf droogt niet voldoende door

De temperatuur is te laag voor een goede droging, onvoldoende luchtcirculatie of er is een te dikke laag aangebracht. Het verschijnsel kan ook veroorzaakt worden door het rechtstreeks aanbrengen van een eencomponent product op een epoxy- of een verse polyesterondergrond. Door het aanbrengen van een te dikke laag kan oplosmiddel ingesloten zijn. De benodigde tijd voor doorharding is afhankelijk van de hoeveelheid ingesloten oplosmiddel in de gedeeltelijk aangedroogde verflaag. In extreme gevallen kan doordroging uitblijven en dient deze laag verwijderd te worden.

Opwerken van de verf

Als de verf gaat opwerken, ook wel branden of schroeien genoemd, moet de oorzaak in het algemeen worden gezocht in een niet voldoende doorgeharde onderlaag of in het gebruik van verkeerde verdunningsmiddelen. Het rimpelen van de verf kan ook veroorzaakt worden door het aanbrengen van een te dikke laag (meestal op liggend werk) of verwerking in de volle zon.Het in de verflaag opgesloten oplosmiddel verdwijnt door de reeds oppervlakkig aangedroogde verflaag.

Eventueel kan de verflaag aangeschuurd worden, waardoor lucht in de onderlagen kan komen en verdere droging kan plaatsvinden. Schuur daarna het oppervlak glad en breng een nieuwe laag aan.

Blaasvorming tijdens het aanbrengen

Dit wordt veroorzaakt door schilderen op een te warme ondergrond of door het in de zon plaatsen van het object onmiddellijk na het aanbrengen van de verf. Het oplosmiddel gaat hierdoor uitzetten.

Blaasvorming na aanbrengen

Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door het uitzetten van vocht onder de laag of opgesloten oplosmiddel in de verflaag. De oorzaak van de kookblaasjes moet worden gezocht in het in één laag te dik aanbrengen van de lak of een niet nauwkeurig aanhouden van de droogtijd tussen de lagen. Soms kan ook het toepassen van een lechte verdunning er de oorzaak van zijn dat kookblaasjes ontstaan. In beide gevallen dient de laklaag te worden verwijderd door middel van schuren.

Visogen

De verf trekt weg van bepaalde delen. Dit kan veroorzaakt worden door aanwezigheid op de ondergrond van water, vet, was, siliconen of andere verontreiniging, lage temperatuur, het aanbrengen van de verf op een ongeschuurde of onvoldoende geschuurde met hoogglansverf behandelde ondergrond. Siliconen kunnen zich in allerlei stoffen en materialen bevinden, zoals auto- en bootwas, glanspolish, huidcremes, afdichtingsmaterialen en zgn. cockpit sprays. In alle gevallen dient de verf vóór droging weggewassen te worden. Ontvet het oppervlak met een geschikte reiniger en ontvetter. Oppervlakken met hoogglansverf dienen dof geschuurd te worden.

Trekken van de verf

Te weinig verf in de kwast of de verf is te dik voor verwerking. Schilder met een volle kwast of voeg meer verdunning toe.

Loslaten van de verf

Als de verf van zijn ondergrond loslaat (schilfert), is dit veelal te wijten aan een niet of onvoldoende voorbehandelde ondergrond (vet, onvoldoende geschuurd, achtergebleven schuurstof). Ook het schilderen op een vochtige ondergrond kan later leiden tot onthechting. Vooral geplamuurde plekken kunnen problemen veroorzaken. Oude (rij-)plamuur zal op termijn verdrogen en verbrokkelen. Daarnaast nemen geplamuurde plekken gemakkelijk vocht in zich op.

Blistering

Wordt veroorzaakt door het feit dat de laklaag niet helemaal gesloten is. Daardoor kan vocht door de laklaag heen dringen en blistering veroorzaken. Oorzaken zijn het achterblijven van vochtresten in de onderlaag, het achterblijven van hygroscopische stoffen of het achterblijven van schuurresten.

Watervlekken

Ontstaan na een regenbui op verse, nog niet voldoende gedroogde lak. Tijdens het verdampen van het regenwater zijn opgeloste bestanddelen van het water (kalk, zout) de bovenste laklaag binnengedrongen en leiden tot verkleuring. Na drogen en uitharden dient de lak te worden geschuurd en daarna gepolijst. In hardnekkige gevallen helpt alleen nog het bijschilderen.

Vroegtijdig glansverlies/verkrijting

Vroegtijdig glansverlies is vaak te wijten aan onvoldoende droge laagdikte. (zie ook verfgereedschap onder het kopje algemene tips). Hierdoor verarmt de verf of vernis sneller dan normaal. Ook het polijsten en/of schoonmaken met agressieve schurende middelen kan tot vroegtijdig glansverlies en uiteindelijke verkrijting leiden. In alle gevallen dient de ondergrond vetvrij te worden gemaakt en licht opgeschuurd te worden. Vervolgens kunnen één of meerdere nieuwe lagen verf of vernis worden aangebracht. Geadviseerd wordt om jaarlijks één of meerdere onderhoudslagen aan te brengen. Dit is vooral van belang bij warme, lange zomers met meer dan gebruikelijke UV-inwerking.